30.6.06
Huishoudelijke mededeling
28.6.06
Ingezonden (hoewel verzonnen) mededeling
Hoi Marten,
Je weet misschien niet meer wie ik ben, maar ik ben de jongen die jou gisteren in de Kalverstraat aansprak. Het kan natuurlijk zijn dat er nog anderen waren die je aanklampten, dus ik hoop dat je mij nog voor je kunt halen. Ik droeg een blauwe pet en jas, en bevond me in een gezelschap van vijf mensen met blauwe petten en jassen. Ik herinner me jou in elk geval wel, want ons gesprek was heel belangrijk voor me. Voor mij persoonlijk.
Vanaf het moment dat je met een weloverwogen 'Ehrr...' reageerde op mijn 'Mag ik je iets vragen?' vermoedde ik al dat dit gesprek een grootse belevenis zou zijn, en ik de herinnering eraan voor de rest van mijn leven met me mee zou willen dragen.
Misschien leek het niet dat ik erg geïnteresseerd in je was, maar dat is niet zo. Geloof me: onder de oppervlakte broeide er een diepe, uitgebreide behoefte alles van jou en je bestaan in me op te nemen. Dat was dan ook de reden waarom ik je opmerking over dat je eigenlijk weg moest, omdat de winkels bijna gingen sluiten, beantwoordde met 'het hoeft maar twee minuutjes te duren'. Ik loog. Ik weet het. Maar ik was bang dat je me anders achter zou laten. En ik moest zeker weten of mijn vermoeden van mogelijke majestueuze gesprekskwaliteit correct was.
Ik ben niet helemaal blij met mezelf. In mijn nervositeit en onzekerheid vroeg ik niks over je hobby’s of kwaliteiten, en ratelde ik maar door over, of all subjects, de noodzaak van het bouwen van kinderdorpen in Oeganda. Ik weet niet waarom ik het deed. Ik werd overvallen door een breed scala aan heftige en weinig in intensiteit variërende emoties. Ik ben blij dat ik een klembord in mijn handen hield, anders hadden mijn armen trillend langs mijn lijf gehangen.
En ik kon mijn geratel ook niet meer stoppen. Je geïnteresseerd aandoende knikjes van het hoofd en talrijke hmhms zorgen ervoor dat ik maar door bleef praten en door bleef praten. En door bleef praten.
Je glazige blik smoorde ondertussen elke mogelijke twijfel die ik nog had over het belang van onze ontmoeting in de kiem. Deze rendez-vous moet het werk zijn geweest van het Noodlot zelf. Dit was een klus van krachten bovenaf, en ons gesprek Heeft Moeten Zijn. Vandaar dat ik meer wilde. Meer van jouw welbespraaktheid aanduidende uhuh’s. Meer van jou. Ik wilde je mee uit vragen. En niets liever dan dat. Ik verzamelde al mijn moed, schraapte mijn keel, slikte al mijn zenuwen weg en vroeg: 'Zou je misschien donateur willen worden?'
Ik kon wel door de grond zakken, Marten. Mijn hele wezen, en daarmee het spraakcentrum van mijn hersenen, was zo van de kaart door onze chemie, als geheel, als entiteit, als onnatuurlijk welkome nieuwe aanwezigheid in mijn leven, dat die woorden volstrekt onbedoeld mijn mond verlieten. Het spijt me heel, heel erg. Ik wil hier weg, zul je gedacht hebben. Vandaar dat ik je afwijzing heel goed kan begrijpen. Ik durfde je niet meer in de ogen te kijken—ik hoop niet dat het leek alsof ik op zoek was naar een andere voorbijganger om aan te spreken.
Nogmaals: Marten, het spijt me. Voor alles. Maar hoewel niet alles ging zoals ik zou willen was dit gesprek enorm belangrijk voor me, en misschien wel voor de hele wereld. Misschien dat we in de toekomst, als je me kunt vergeven, samen meer van dit soort conversationele vuurwerk kunnen maken?
Die ene jongen.
Je weet misschien niet meer wie ik ben, maar ik ben de jongen die jou gisteren in de Kalverstraat aansprak. Het kan natuurlijk zijn dat er nog anderen waren die je aanklampten, dus ik hoop dat je mij nog voor je kunt halen. Ik droeg een blauwe pet en jas, en bevond me in een gezelschap van vijf mensen met blauwe petten en jassen. Ik herinner me jou in elk geval wel, want ons gesprek was heel belangrijk voor me. Voor mij persoonlijk.
Vanaf het moment dat je met een weloverwogen 'Ehrr...' reageerde op mijn 'Mag ik je iets vragen?' vermoedde ik al dat dit gesprek een grootse belevenis zou zijn, en ik de herinnering eraan voor de rest van mijn leven met me mee zou willen dragen.
Misschien leek het niet dat ik erg geïnteresseerd in je was, maar dat is niet zo. Geloof me: onder de oppervlakte broeide er een diepe, uitgebreide behoefte alles van jou en je bestaan in me op te nemen. Dat was dan ook de reden waarom ik je opmerking over dat je eigenlijk weg moest, omdat de winkels bijna gingen sluiten, beantwoordde met 'het hoeft maar twee minuutjes te duren'. Ik loog. Ik weet het. Maar ik was bang dat je me anders achter zou laten. En ik moest zeker weten of mijn vermoeden van mogelijke majestueuze gesprekskwaliteit correct was.
Ik ben niet helemaal blij met mezelf. In mijn nervositeit en onzekerheid vroeg ik niks over je hobby’s of kwaliteiten, en ratelde ik maar door over, of all subjects, de noodzaak van het bouwen van kinderdorpen in Oeganda. Ik weet niet waarom ik het deed. Ik werd overvallen door een breed scala aan heftige en weinig in intensiteit variërende emoties. Ik ben blij dat ik een klembord in mijn handen hield, anders hadden mijn armen trillend langs mijn lijf gehangen.
En ik kon mijn geratel ook niet meer stoppen. Je geïnteresseerd aandoende knikjes van het hoofd en talrijke hmhms zorgen ervoor dat ik maar door bleef praten en door bleef praten. En door bleef praten.
Je glazige blik smoorde ondertussen elke mogelijke twijfel die ik nog had over het belang van onze ontmoeting in de kiem. Deze rendez-vous moet het werk zijn geweest van het Noodlot zelf. Dit was een klus van krachten bovenaf, en ons gesprek Heeft Moeten Zijn. Vandaar dat ik meer wilde. Meer van jouw welbespraaktheid aanduidende uhuh’s. Meer van jou. Ik wilde je mee uit vragen. En niets liever dan dat. Ik verzamelde al mijn moed, schraapte mijn keel, slikte al mijn zenuwen weg en vroeg: 'Zou je misschien donateur willen worden?'
Ik kon wel door de grond zakken, Marten. Mijn hele wezen, en daarmee het spraakcentrum van mijn hersenen, was zo van de kaart door onze chemie, als geheel, als entiteit, als onnatuurlijk welkome nieuwe aanwezigheid in mijn leven, dat die woorden volstrekt onbedoeld mijn mond verlieten. Het spijt me heel, heel erg. Ik wil hier weg, zul je gedacht hebben. Vandaar dat ik je afwijzing heel goed kan begrijpen. Ik durfde je niet meer in de ogen te kijken—ik hoop niet dat het leek alsof ik op zoek was naar een andere voorbijganger om aan te spreken.
Nogmaals: Marten, het spijt me. Voor alles. Maar hoewel niet alles ging zoals ik zou willen was dit gesprek enorm belangrijk voor me, en misschien wel voor de hele wereld. Misschien dat we in de toekomst, als je me kunt vergeven, samen meer van dit soort conversationele vuurwerk kunnen maken?
Die ene jongen.
23.6.06
Gedichtje voor de vlek op mijn linkerkontzak
Ik heb gister iets meegemaakt:
(‘Tis geen aanstellerij)
Ik ging zitten, en plofte neer
Recht op een stukje ei.
Noch ik, noch het ei wilde dat:
We gilden tegelijk.
(Het ei inderdaad ook ja, en
geef hem eens ongelijk.)
(Ik wil daarmee niet zeggen dat
‘Kzo zwaar ben als drie schuiten,
Maar wel zwaarder dan’t stukje ei.
Dat was het. Haakje sluiten.
(‘Tis geen aanstellerij)
Ik ging zitten, en plofte neer
Recht op een stukje ei.
Noch ik, noch het ei wilde dat:
We gilden tegelijk.
(Het ei inderdaad ook ja, en
geef hem eens ongelijk.)
(Ik wil daarmee niet zeggen dat
‘Kzo zwaar ben als drie schuiten,
Maar wel zwaarder dan’t stukje ei.
Dat was het. Haakje sluiten.
21.6.06
Politieke statements met rijst en satésaus
Als ik net wakker ben, en me in een situatie van slaapdronkenheid en tandpasta-op-kin bevind, wil mijn interpretatievermogen me nog wel eens flink in de steek laten. Daarom realiseerde ik me pas op de fiets dat het ‘Rice Warns N.Korea Against Missile Test’, dat ik een half uur eerder onderaan in beeld op CNN had zien staan, waarschijnlijk niet sloeg op langkorrelige grassoorten die openlijk hun onvrede met allerlei verdragen schendende uraniumverrijking uitspraken.
Kijk, het kon zijn dat er een assertief soort rijst is ontstaan in Azië. Wat met al die allerlei verdragen schendende uraniumverrijking daar enzo.

Ach, nu had ik op de fiets tenminste wat te doen. (Ik moet altijd een saaie rotonde over jongen, niet normaal.)
Kijk, het kon zijn dat er een assertief soort rijst is ontstaan in Azië. Wat met al die allerlei verdragen schendende uraniumverrijking daar enzo.

Ach, nu had ik op de fiets tenminste wat te doen. (Ik moet altijd een saaie rotonde over jongen, niet normaal.)
20.6.06
De metro: een ongeveer even zorgwekkende als neppe gedachte
De belangrijkste regel van met de metro gaan is in Amsterdam niet dat je een kaartje moet hebben, want zwartrijden is hier (zolang je de haltes Amsterdam Centraal tot en met Wibautstraat mijdt) makkelijker dan het daar voorlopig maar even laten zitten van die lekkagevlek op je plafond.
Nee, de belangrijkste regel van met de metro gaan is in Amsterdam (en waarschijnlijk ook in elke andere metronetwerkrijke stad ter wereld) dat je onafgebroken een uitbundige desinteresse voor je coupégenoten moet uitstralen. Je hoort de gehele reis een evenwichtige, glazige blik op je gezicht te hebben, en die daar te houden—zelfs op momenten waartijdens de deuren al sluiten terwijl iemand nog niet al zijn ledematen binnenboord heeft. Je kan 'Pfoe!' lachzuchten wat je wilt, slachtoffer van eerder dan verwacht dichtganende metrodeuren, maar fluit alsjeblieft naar begrip- of interessevolle blikken van je reisgenoten. 'I want none o’ that', dat is wat ze denken.
Ik ook, hoor. Ik respecteer deze regel. Want denk je eens in hoe het anders zou zijn. Of wacht, nee, laat mij het maar indenken:
(Ik stap de metro in.)
Ik: Eejz!
De rest van de metro: [breeduit lachend] Eejz man!
Ik: What up what up what up.
De rest van de metro: Niet veel dewd. Waar ga je heen dan?
Ik: Nah, Zuid WTC weetjewel? [hand in zij, kin tien graden omhoog]
De rest van de metro: Word.
Ik: En jullie dan?
De rest van de metro: [onverstaanbare geluidsorgie]
Iemand met een wat langer antwoord: ...met een overstap in Rijswijk.
Ik: Rock on.
(Het uitzicht begint gebouwen met 'Kijk papa! Dit is een mooi kantoor!' erop te vertonen.)
De rest van de metro: Jonga! Je bent alweer waar je wezen moest!
Ik: Yo. Nou mensen, ik zou zeggen, ik spreek jullie later vandaag wel weer. Ja toch.
De rest van de metro: Ja toch, je weet toch. Spreek je dan man.
Ik: Stay black.
(Ik verlaat de metro.)
Oké, ik maak mijn punt van 'zoek geen contact met me in de metrooooooooo' niet echt duidelijk, hier, maar dat komt denk ik omdat ik de rest van de metro hier leuk heb gemaakt. (En de bittere realiteit is dat ze oksels respectievelijk hebben en gebruiken. En soms station Overamstel-aankondigende kinderen meehebben: het ergste soort mstel-aankondigende kinderen.)
Nee, de belangrijkste regel van met de metro gaan is in Amsterdam (en waarschijnlijk ook in elke andere metronetwerkrijke stad ter wereld) dat je onafgebroken een uitbundige desinteresse voor je coupégenoten moet uitstralen. Je hoort de gehele reis een evenwichtige, glazige blik op je gezicht te hebben, en die daar te houden—zelfs op momenten waartijdens de deuren al sluiten terwijl iemand nog niet al zijn ledematen binnenboord heeft. Je kan 'Pfoe!' lachzuchten wat je wilt, slachtoffer van eerder dan verwacht dichtganende metrodeuren, maar fluit alsjeblieft naar begrip- of interessevolle blikken van je reisgenoten. 'I want none o’ that', dat is wat ze denken.
Ik ook, hoor. Ik respecteer deze regel. Want denk je eens in hoe het anders zou zijn. Of wacht, nee, laat mij het maar indenken:
(Ik stap de metro in.)
Ik: Eejz!
De rest van de metro: [breeduit lachend] Eejz man!
Ik: What up what up what up.
De rest van de metro: Niet veel dewd. Waar ga je heen dan?
Ik: Nah, Zuid WTC weetjewel? [hand in zij, kin tien graden omhoog]
De rest van de metro: Word.
Ik: En jullie dan?
De rest van de metro: [onverstaanbare geluidsorgie]
Iemand met een wat langer antwoord: ...met een overstap in Rijswijk.
Ik: Rock on.
(Het uitzicht begint gebouwen met 'Kijk papa! Dit is een mooi kantoor!' erop te vertonen.)
De rest van de metro: Jonga! Je bent alweer waar je wezen moest!
Ik: Yo. Nou mensen, ik zou zeggen, ik spreek jullie later vandaag wel weer. Ja toch.
De rest van de metro: Ja toch, je weet toch. Spreek je dan man.
Ik: Stay black.
(Ik verlaat de metro.)
Oké, ik maak mijn punt van 'zoek geen contact met me in de metrooooooooo' niet echt duidelijk, hier, maar dat komt denk ik omdat ik de rest van de metro hier leuk heb gemaakt. (En de bittere realiteit is dat ze oksels respectievelijk hebben en gebruiken. En soms station Overamstel-aankondigende kinderen meehebben: het ergste soort mstel-aankondigende kinderen.)
15.6.06
Vandaag is brood
Met sandwich spread.
Dat je toch een beetje weet wat er leeft, bij mij, op het moment. Ik ben geloof ik even met een hiaat, want ik heb a) geen internet en ﺞ) latex aan mijn vingers. Dat eerste is vooral pijnlijk (dat tweede hoogstens een raar soort plakkerig), want ik moet heel veel nog vertellen.
Over dat ik in de trein, toen ik mijn ipod uit mijn broekzak wou pakken, per ongeluk met mijn hand in het tasje van de vrouw naast me terechtkwam. En over dat ik heel graag een boeddhist wil worden, maar dat dat wel nooit zal lukken omdat ik nu al vijf dagen met vlinders en andere geleedpotigen in mijn buik zit te wachten op mijn bestelde dvd’s van de eerste twee seizoenen van Shameless. En over hoe stom Rembrandt is, en hoe stadsvervuilend al die aandacht voor zijn schilderijen. Oeh, kijk eens hoe mooi: je ziet duidelijk dat Rembrandt hier een schildering heeft gemaakt van een man! Het is een man! Zien jullie dat? Hoe deed hij dat? WAT KNAP VAN HEM! LATEN WE ZIJN BESTAAN RESPECTEREN EN VIEREN! CAPS LOCK CAPS LOCK!
Sorry.
Tot weblogonderhoudsvriendelijker tijden, peeps. (Daar bedoel ik niet de herfst mee, hoor. Eerder 'dinsdag' oid. Zie maar wat je doet.)
Dat je toch een beetje weet wat er leeft, bij mij, op het moment. Ik ben geloof ik even met een hiaat, want ik heb a) geen internet en ﺞ) latex aan mijn vingers. Dat eerste is vooral pijnlijk (dat tweede hoogstens een raar soort plakkerig), want ik moet heel veel nog vertellen.
Over dat ik in de trein, toen ik mijn ipod uit mijn broekzak wou pakken, per ongeluk met mijn hand in het tasje van de vrouw naast me terechtkwam. En over dat ik heel graag een boeddhist wil worden, maar dat dat wel nooit zal lukken omdat ik nu al vijf dagen met vlinders en andere geleedpotigen in mijn buik zit te wachten op mijn bestelde dvd’s van de eerste twee seizoenen van Shameless. En over hoe stom Rembrandt is, en hoe stadsvervuilend al die aandacht voor zijn schilderijen. Oeh, kijk eens hoe mooi: je ziet duidelijk dat Rembrandt hier een schildering heeft gemaakt van een man! Het is een man! Zien jullie dat? Hoe deed hij dat? WAT KNAP VAN HEM! LATEN WE ZIJN BESTAAN RESPECTEREN EN VIEREN! CAPS LOCK CAPS LOCK!
Sorry.
Tot weblogonderhoudsvriendelijker tijden, peeps. (Daar bedoel ik niet de herfst mee, hoor. Eerder 'dinsdag' oid. Zie maar wat je doet.)
12.6.06
Wat je kunt doen om elke vorm van confrontatie met het WK voetbal te voorkomen (deel 3 van ik heb op het moment nog steeeeeeeeeeeeeeeds ideeën voor 4)
De trein is evil
In de trein wil het gesprek van de dag nog wel eens opgedrongen worden aan de wat ipodlozere medemens, en als je een confrontatie met WK voetbal-gerelateerd tonggebruik wilt voorkomen, dan zul je met de auto naar je werk, school of comateuze tante in Medisch Centrum Sliedrecht moeten gaan. Als je een auto, rijbewijs noch doodswens-voor-praatgrage-coupégenoten hebt, en je gewoon de trein wilt nemen, doe dan deo op. Uit regelmatig een metro delen met Arenawaarts reizende voetbalfanaten heb ik namelijk kunnen concluderen dat zij het niet gebruiken, en er dus waarschijnlijk een soort angst voor hebben. (Dit is voor zover ik weet nooit bewezen, maar ik kan me goed voorstellen dat een voetballiefhebber bij het plotseling zien staan van een fles Rexona met angstige, wijd opengesperde ogen langzaam wat stappen achteruit doet, om vervolgens plotseling weg te sprinten, vlug elke vorm van controle over de ademhaling verliezend.)
In de trein wil het gesprek van de dag nog wel eens opgedrongen worden aan de wat ipodlozere medemens, en als je een confrontatie met WK voetbal-gerelateerd tonggebruik wilt voorkomen, dan zul je met de auto naar je werk, school of comateuze tante in Medisch Centrum Sliedrecht moeten gaan. Als je een auto, rijbewijs noch doodswens-voor-praatgrage-coupégenoten hebt, en je gewoon de trein wilt nemen, doe dan deo op. Uit regelmatig een metro delen met Arenawaarts reizende voetbalfanaten heb ik namelijk kunnen concluderen dat zij het niet gebruiken, en er dus waarschijnlijk een soort angst voor hebben. (Dit is voor zover ik weet nooit bewezen, maar ik kan me goed voorstellen dat een voetballiefhebber bij het plotseling zien staan van een fles Rexona met angstige, wijd opengesperde ogen langzaam wat stappen achteruit doet, om vervolgens plotseling weg te sprinten, vlug elke vorm van controle over de ademhaling verliezend.)
11.6.06
Wat je kunt doen om elke vorm van confrontatie met het WK voetbal te voorkomen (deel 2 van ik heb op het moment nog steeds ideeën voor 4)
Boycot elke winkel en elk product dat het WK voetbal betrekt in haar marketing
Dit klinkt misschien als een onmogelijke opgave, maar dat is het niet, zolang je lichaam het maar trekt om een maand lang niks anders binnen te krijgen dan aloë vera-voetcrème van De Tuinen.
Dit klinkt misschien als een onmogelijke opgave, maar dat is het niet, zolang je lichaam het maar trekt om een maand lang niks anders binnen te krijgen dan aloë vera-voetcrème van De Tuinen.
7.6.06
Wat je kunt doen om elke vorm van confrontatie met het WK voetbal te voorkomen (deel 1 van ik heb op het moment ideeën voor 4)
Gooi je tv op straat
En als je geen tv hebt: koop er eentje en gooi die vervolgens op straat. Het gaat hier namelijk niet om het verliezen van je tv an sich. God nee. Sterker nog: hou er altijd eentje achter de hand, want onderschat niet hoe behulpzaam belspellen zijn op die momenten in je leven dat je je een beetje eenzaam voelt. Nee, het gaat om de boodschap die je uitdraagt met het voor je woning hebben liggen van een telecommunicatiesysteem met een gebroken beeldbuis. Zie het als je persoonlijke, frequentiebandgerelateerde middelvinger naar irrationele nationale eenwordingen in het algemeen en die met oranje schmink erbij in het bijzonder.
(Oké oké, ik geef het toe: de meeste mensen zien er verdomd sexy uit met oranje schmink op.)
En als je geen tv hebt: koop er eentje en gooi die vervolgens op straat. Het gaat hier namelijk niet om het verliezen van je tv an sich. God nee. Sterker nog: hou er altijd eentje achter de hand, want onderschat niet hoe behulpzaam belspellen zijn op die momenten in je leven dat je je een beetje eenzaam voelt. Nee, het gaat om de boodschap die je uitdraagt met het voor je woning hebben liggen van een telecommunicatiesysteem met een gebroken beeldbuis. Zie het als je persoonlijke, frequentiebandgerelateerde middelvinger naar irrationele nationale eenwordingen in het algemeen en die met oranje schmink erbij in het bijzonder.
(Oké oké, ik geef het toe: de meeste mensen zien er verdomd sexy uit met oranje schmink op.)
1.6.06
Rutte wint strijd om meeste onverdiende media-aandacht
AMSTERDAM - Mark Rutte heeft de strijd om de meeste onverdiende media-aandacht gewonnen, zo werd gisteravond bekend gemaakt. Met behulp van zijn spectaculaire zelfhoerering wist hij uiteindelijk 51 procent van 's lands media te overtuigen om aandacht aan hem te besteden, terwijl Rita Verdonk maar 46 procent bereikte.

De drie mediatippelaarsters doen na de bekendmaking van de uitslag netjes wat hun respectievelijke campagneleiders ze adviseerden om te doen op dat moment.
Jelleke Veenendaal werd gedurende deze strijd doorgaans alleen in een slotzin genoemd.

De drie mediatippelaarsters doen na de bekendmaking van de uitslag netjes wat hun respectievelijke campagneleiders ze adviseerden om te doen op dat moment.
Jelleke Veenendaal werd gedurende deze strijd doorgaans alleen in een slotzin genoemd.


