5.8.07
Het kan voorkomen dat we tijdens de vlucht wat turbulentie en fucking stink ondervinden, blijft u in dat geval rustig
Met wallen waar je twee baby'tjes in zou kunnen leggen, die daar de nachtrust van hun leven zouden hebben, wissel ik de geaircode hotellobby in voor de benauwde buitenlucht. Beide handen dragen een tas met daarin een belangrijk deel van mijn garderobe, en met een wangbollende pfoeh! begin ik aan mijn strompeltocht richting het vliegveld. Gelukkig kan ik strompelen als een koning, en hoef ik niet bang te zijn over mijn eigen voeten te struikelen, om enkele seconden later het profiel van de banden van een Peugeot 308 in mijn gezicht te hebben staan.
Het is vroeg, het is benauwd, het is muggenbulten overal. Maar ik weet uiteindelijk het vliegveld te bereiken, dat zelfs voor vliegveldbegrippen lelijk is. Ik bedoel die van Nice. Sjies, wat moet hij vroeger gepest zijn, toen hij nog een klein vliegveldje was, en nog niet al zijn terminals waren doorgekomen.
Ik check in, haal ontbijt, baan me een weg door Harry Potter-lezende reizigers, plof neer op een stoeltje waarvan je na het ploffen denkt van 'ik had niet moeten ploffen', kruimel stukjes croissant mijn boek in en wacht tot ik het vliegtuig inmag. Zal ik hier in de tegenwoordige tijd over op mijn weblog vertellen, vraag ik mezelf. Nee, dat haat je ook altijd als anderen het doen, antwoord ik mezelf.
Ik nestel me in mijn plekje bij het raam, en terwijl ik de stukjes croissant mijn boek uitveeg komt er een vrouw naast me zitten met lang, grijs haar. We vertrekken, en de vrouw leest een boek over draken op torens. Na een kwartier begint ze met haar medereiziger te praten in een onmogelijk definieerbare Europese taal (duidelijk Luxemburgs dus), waarschijnlijk over torens en hoe daar soms draken op zitten. Een stewardess breekt hun gesprek open met de vraag of ze hen iets te drinken kan aanbieden. De vrouw bestelt koffie.
Ik vind koffie heel erg vies, maar vind het wel altijd lekker ruiken. Zo lekker dat ik soms, ongeveer één keer per jaar, uittest of ik koffie echt wel vies vind, door een kopje te nemen. Mijn record is één slokje. Dat ik koffie vies vind smaken en lekker vind ruiken is iets dat ik graag op verjaardagen vertel aan mensen van wie ik niet zo goed weet wat ik tegen ze moet zeggen.
Maar tijdens deze vlucht werkt het niet zo, en dat is het werk geweest van het noodlot. Zijn moeder zou namelijk ´s middags langskomen, en omdat hij alles nog moest opruimen terwijl hij een beetje een kater had dacht hij, ik wil even goedkoop vermaak nu, dan ruim ik daarna mijn shit wel op. Hij pakte zijn verjaardagentriviavernietiger uit een op de grond liggende broek, drukte snel en ondoordacht op een aantal knopjes en zorgde er zo voor dat het stinkendste kopje koffie dat ooit gebrouwen is naast mij opgedronken zou worden, en wel op een plek waar ontsnapping onmogelijk was. Het noodlot is meedogenloos, en een beetje dikker geworden, zoals zijn moeder die middag tegen hem zei.
De stank is ondraaglijk. Oh, de stink, de fucking stink. Ik kan niks anders doen dan stoppen met ademen, hopen dat de zuurstofmaskers naar beneden vallen en denken aan ergere situaties waar ik me in zou kunnen verkeren, zoals die waarin iemand een vorige week overleden struisvogel openknipt en over mijn gezicht heenhangt.
Ik wil dit nooit meer meemaken, en daarom heb ik besloten vliegangst te nemen. Voortaan ben ik alleen nog een vliegtuig in te krijgen met behulp van een dozijn prijswinnende worstelaars die allemaal een Godfather-dvd of een in chloroform gedrenkte theedoek bij zich dragen.
Het is vroeg, het is benauwd, het is muggenbulten overal. Maar ik weet uiteindelijk het vliegveld te bereiken, dat zelfs voor vliegveldbegrippen lelijk is. Ik bedoel die van Nice. Sjies, wat moet hij vroeger gepest zijn, toen hij nog een klein vliegveldje was, en nog niet al zijn terminals waren doorgekomen.
Ik check in, haal ontbijt, baan me een weg door Harry Potter-lezende reizigers, plof neer op een stoeltje waarvan je na het ploffen denkt van 'ik had niet moeten ploffen', kruimel stukjes croissant mijn boek in en wacht tot ik het vliegtuig inmag. Zal ik hier in de tegenwoordige tijd over op mijn weblog vertellen, vraag ik mezelf. Nee, dat haat je ook altijd als anderen het doen, antwoord ik mezelf.
Ik nestel me in mijn plekje bij het raam, en terwijl ik de stukjes croissant mijn boek uitveeg komt er een vrouw naast me zitten met lang, grijs haar. We vertrekken, en de vrouw leest een boek over draken op torens. Na een kwartier begint ze met haar medereiziger te praten in een onmogelijk definieerbare Europese taal (duidelijk Luxemburgs dus), waarschijnlijk over torens en hoe daar soms draken op zitten. Een stewardess breekt hun gesprek open met de vraag of ze hen iets te drinken kan aanbieden. De vrouw bestelt koffie.
Ik vind koffie heel erg vies, maar vind het wel altijd lekker ruiken. Zo lekker dat ik soms, ongeveer één keer per jaar, uittest of ik koffie echt wel vies vind, door een kopje te nemen. Mijn record is één slokje. Dat ik koffie vies vind smaken en lekker vind ruiken is iets dat ik graag op verjaardagen vertel aan mensen van wie ik niet zo goed weet wat ik tegen ze moet zeggen.
Maar tijdens deze vlucht werkt het niet zo, en dat is het werk geweest van het noodlot. Zijn moeder zou namelijk ´s middags langskomen, en omdat hij alles nog moest opruimen terwijl hij een beetje een kater had dacht hij, ik wil even goedkoop vermaak nu, dan ruim ik daarna mijn shit wel op. Hij pakte zijn verjaardagentriviavernietiger uit een op de grond liggende broek, drukte snel en ondoordacht op een aantal knopjes en zorgde er zo voor dat het stinkendste kopje koffie dat ooit gebrouwen is naast mij opgedronken zou worden, en wel op een plek waar ontsnapping onmogelijk was. Het noodlot is meedogenloos, en een beetje dikker geworden, zoals zijn moeder die middag tegen hem zei.
De stank is ondraaglijk. Oh, de stink, de fucking stink. Ik kan niks anders doen dan stoppen met ademen, hopen dat de zuurstofmaskers naar beneden vallen en denken aan ergere situaties waar ik me in zou kunnen verkeren, zoals die waarin iemand een vorige week overleden struisvogel openknipt en over mijn gezicht heenhangt.
Ik wil dit nooit meer meemaken, en daarom heb ik besloten vliegangst te nemen. Voortaan ben ik alleen nog een vliegtuig in te krijgen met behulp van een dozijn prijswinnende worstelaars die allemaal een Godfather-dvd of een in chloroform gedrenkte theedoek bij zich dragen.

